Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 6 juni 2019

Smaakjes- Column door Sybrand de Vries

Column door Sybrand de Vries.

Ik werd kortgeleden onaangenaam verrast toen ik bij een bijeenkomst van een subcommissie van onze partij van een van de nieuwe deelnemers te horen kreeg dat het goed was dat er ook bij ons eens een nieuw smaakje werd vertegenwoordigd. Ik had namelijk het gevoel en de hoop dat we bij D66 van deze discussie gevrijwaard waren gebleven.

Weliswaar viel het me de laatste tijd al op dat er ook bij ons enkele tendensen waar te nemen zijn die erop wijzen dat er druk aan  het ontstaan is om de smaakjesdiscussie een rol te laten spelen. Maar ik bleef het gevoel houden dat dit een weliswaar actieve, maar toch ook een relatief kleine groep mensen betreft. Nu ik hier voor het eerst direct mee geconfronteerd ben, voel ik mij toch enigszins geschokt.

Ik zie onze partij als een partij waar er ruimte is voor alle achtergronden, variaties, voorkeuren en geledingen. Niet omdat we hier nadrukkelijk op uit zijn, maar als logisch gevolg van onze uitgangspunten. De uitgangspunten waarbij we ons concentreren op argumenten en dat wij onze politiek voeren zonder aanziens des persoons. Dat betekent niet dat er geen oog is voor het feit dat  er verschillen bestaan, en dat deze, afhankelijk van het onderwerp, in voorkomende gevallen een rol kunnen spelen. Maar wel dat de basis van de discussie uitgaat van een neutrale feitelijkheid waarbij alle invloeden een rol spelen, en er geen vrij-baan gegeven wordt aan een op voorhand uitgezonderde, of opgewaardeerde groep, in welke vorm dan ook.

Wat ik hier de smaakjes-discussie noem, gaat per definitie uit van het feit dat een dominante smaak het karakter bepaald van die hele smaakgroep. ‘Citroen-suiker’, of ‘Citroen-bitter’, ‘Citroen’ zal het zijn. Terwijl er in die gevallen vaak net zo goed, of misschien zelfs meer, sprake is van een dominante smaak ‘Suiker’, of ‘Bitter’, en de smaak ‘Citroen’ er misschien helemaal niet zo toe doet.

Een van de belangrijkste redenen om mij bij D66 aan te sluiten is het vrijzinnige uitgangspunt bij het bediscussiëren en oplossen van problemen. Om het bij smaak te houden; niet omdat problemen geen smaak kennen, maar juist omdat problemen per definitie bestaan uit een palet van smaken. Het is niet terecht om een dominante smaak te laten prevaleren in de behandeling van die problemen, en tegelijkertijd is het onmogelijk om alle smaken ten volle recht te doen in het oplossen van problemen. Daardoor is de keuze voor smakeloosheid niet de keuze van de beste manier per se, maar de keuze voor de minst slechte manier. Een beetje zoals de keuze voor democratie uiteindelijk de minst slechte vorm van staatsaansturing is ten opzichte van alle andere.

Wij staan als partij te boek als enigszins studentikoos. Door tegenstanders getypeerd als losjes, minder serieus en dromerig. Vaak te theoretisch ook. Voor mij, als onderdeel van deze groep, zie ik studentikoos echter als een geuzenaam die ik met trots draag. Te theoretisch is nooit goed, maar het is niet slecht om een theorie te hebben bij aanvang van een discussie. Studentikoos wanneer dat staat voor een groep mensen die wetenschap als uitgangspunt nemen bij het oplossen van problemen lijkt me ook helemaal niet verkeerd. Wetenschap is immers geen geloof, maar een manier van problemen oplossen. Vandaar de term ‘weten’-‘schappelijk’ in tegenstelling tot ‘geloof’-‘stellig’. En  waar het losjes, minder serieus en dromerig betreft; ik nodig iedereen uit die ontspannen staat te bereiken. Minder stress betekent een betere gezondheid. Waar studentikoos staat voor een wetenschappelijk uitgangspunt, betekent dit echter ook een principiële achterstelling van emoties en gevoel ten opzichte van beschouwende afstandelijkheid. De rol van de beschouwer doet er toe, maar de achtergrond niet.

We helpen de nooddruftigen, maar laten hen die het alleen kunnen rooien de vrijheid. Boven de streep bemoeien wij ons niet met verdere normstellingen. Het betekent dat waar bepaalde smaken minder tot hun recht komen, of wegvallen ten opzichte van dominante smaken, we hier tegen op komen. Maar dat alles wel met in het achterhoofd smaken-loosheid, en niet, zoals in andere partijen wel gebeurt, het creëren van een eindeloze hoeveelheid smaakhokjes met ieder hun eigen dominante smaakvertegenwoordiging.

We zijn een hele lange weg gegaan. Via millennia-lange sociale onderverdeling, en vervolgens eeuwenlange geestelijk-ideologische onderverdeling, waren we er, met de afbrokkeling van de verzuilde samenleving, net in geslaagd dicht te naderen naar het ondergeschikt maken van welke onderverdeling dan ook. Nu lijken echter toch weer de onvermijdelijke(?) krachten van verdeeldheid opgeld te doen. Identiteitspolitiek is de nieuwe verzuiling waar wij als D66 niet alleen ver van dienen te blijven, maar welke we ook actief dienen te bestrijden. Identiteitspolitiek gaat namelijk uiteindelijk niet om het wegnemen van grenzen, maar om het afbakenen van nieuwe grenzen dan wel het bevestigen of benadrukken van bestaande grenzen.

Waar elke persoon per definitie een pletora aan smaken vertegenwoordigt, leidt een strikte handhaving van smakenneutraliteit als maatstaf vanzelf tot een rijke schakering van smaken. Wanneer we ons laten leiden door het principe van inhoudelijkheid en neutraliteit komen we als vanzelf ook tot een uiterlijk heterogene weergave van al die binnen onze partij actief zijn. Simpelweg omdat uiterlijke kenmerken geen invloed hebben op innerlijke competenties. Zolang we ons bewust zijn van de werking van alle smaken, zowel innerlijk als uiterlijk, en zolang we uit gaan van het feit dat alle smaken ertoe doen, maakt het niet uit van welk van de dominante smaken van het smakenpalet wijzelf uiterlijk deel uitmaken.

Dat wij alle smaken proeven, voelen en vertegenwoordigen is namelijk niet alleen het gevolg van ons heterogene ‘zijn’ maar ook het gevolg van wat uiteindelijk het allerbelangrijkste onderdeel van al onze uitgangspunten vormt, en welke de vertegenwoordigers van de smaakjespolitie per definitie lijken te ontberen dan wel te negeren; dit onderdeel heet ‘empathisch vermogen’.